+31 (0)20 547 26 037

De bijeenkomsten

BIJEENKOMST 1

  • 28 september - Zwolle
  • 5 oktober - Eindhoven
  • 12 oktober - Amsterdam
  • 7 december - Amersfoort
  • 14 december - Amsterdam

Ochtend - Financiele zelfredzaamheid
Nederland heeft de verzorgingsstaat ingeruild voor een participatiemaatschappij. Een overheid die haar burgers van de wieg tot het graf verzorgt, grote ondernemingen die als levenslange werkgever fungeren en de vanzelfsprekendheid van het huwelijk: alle drie behoren ze tot het verleden. Van burgers wordt meer en meer financieel inzicht en een eigen verantwoordelijkheid verwacht. Belangrijke gebeurtenissen, zoals het kopen of huren van een huis, trouwen of geregistreerd partnerschap, scheiden en erven, hebben vaak grote juridische en financiële consequenties. Ook leerlingen komen al op steeds jongere leeftijd voor ingrijpende beslissingen te staan. Denk bijvoorbeeld aan de keuze voor een vervolgopleiding, een eigen arbeidscontract, een zzp-schap en het wel of niet verzekeren. Het thema financiële zelfredzaamheid neemt op tweeërlei wijze een vooraanstaande plaats in binnen het nieuwe eindexamenprogramma. De leerlingen gebruiken de opgedane kennis en inzichten om ook het functioneren van organisaties te onderzoeken. Zodoende worden kennis en inzicht uit dit thema gebruikt als insteek en leidraad voor de overige domeinen.

Middag - persoonlijke contexten (klik hier voor het lesmateriaal)
Meer nog dan bij het schoolvak Algemene Economie staan bij het vak Bedrijfseconomie de contexten centraal. Ook de stof is vaak contextgericht. Elke maatschappelijke situatie kent een eigen problematiek en eigen oplossingsrichtingen. De verschillende contexten moeten gezamenlijk resulteren in een algemeen financieel bewustzijn en inzicht bij de leerlingen. Wat hebben de genoemde contexten met elkaar gemeen? Welke aanpak leidt tot het gevraagde financiële bewustzijn? Wat doen we in de les met de juridische aspecten van deze contexten? En hoe kunnen we de opgedane kennis inzetten om met een bedrijfseconomische bril naar organisaties te kijken? Aan de hand van concrete situaties krijgen leraren handvatten aangereikt.

BIJEENKOMST 2

  • 16 november - Zwolle
  • 23 november - Eindhoven
  • 30 november - Amsterdam
  • 11 januari - Amersfoort
  • 8 februari - Amsterdam

Ochtend - Ondernemen
Steeds meer mensen beginnen een eigen onderneming. Zo zijn in 2013 ruim 3.000 jongeren een bedrijf gestart: als eendagsvlieg, als ambitieuze ondernemer in de dop of als oriëntatie op een werkend leven. De start van een eigen bedrijf vraagt om het in kaart brengen van verschillende zaken. In het verleden betekende dat vaak een ondernemingsplan schrijven, dat volgens een logische opzet en via bepaalde aannames het functioneren van een organisatie bepaalde (causation). Tegenwoordig wordt de gang van zaken binnen een organisatie vaak via het proces van trial-and-error uitgestippeld. Het grote voordeel is dat ondernemers nu niet langer beslissen op basis van aannames maar op basis van controle. Daarnaast maken ondernemers ook veelvuldig een analyse van de markt en de bedrijfstak. De SWOT-analyse geeft een inschatting van de levensvatbaarheid van een bedrijf. Het vijfkrachtenmodel van Porter analyseert de positie van het bedrijf in de bedrijfstak.

Middag - Beelden van een onderneming
De vakvernieuwingscommissie heeft gekozen voor een eigen insteek voor havo en vwo. Bij havo staat het toepassen van kennis en inzicht centraal, bij het vwo draait het om analyseren. Tijdens deze tweede bijeenkomst gaat het om dit onderscheid. De begrippen causation and effectuation zijn nieuw en maken deel uit van het centraal examen. Hoe passen we deze begrippen toe in de lessituatie zodat ze voor leerlingen betekenis krijgen? Ook de SWOT-analyse komt aanbod. Het probleem is dat de interne en de externe analyse nog weleens door elkaar lopen. Ook ontbreekt het vaak aan een eenduidig beeld over wat de kansen en bedreigingen zijn. Hoe kunnen leerlingen deze analyse goed uitvoeren? Hoe zorgt u er voor dat een SWOT-analyse voldoende diepgang krijgt en niet blijft steken in oppervlakkige bevindingen? Leerlingen moeten ook met het vijfkrachtenmodel van Porter werken om de plaats van de organisatie binnen de bedrijfskolom te bepalen. Hoe werkt dit model? En hoe is dit op toepassingsniveau (havo) en analyseniveau (vwo) aan te wenden?

BIJEENKOMST 3

  • 18 januari - Zwolle
  • 25 januari - Eindhoven
  • 1 februari - Amsterdam
  • 8 maart - Amersfoort
  • 19 april - Amsterdam

Ochtend - De klantwaardepropositie
Het bestaansrecht van een organisatie komt voort uit de relatie met de klant. Wanneer deze wegvalt, houdt de organisatie op te bestaan. Hoe meer de organisatie in staat is om de ‘pains’ van een klant te verminderen of de ‘gains’ te vergroten, hoe hechter de relatie met de klant zal zijn. Binnen het programma brengt het begrip klantwaardepropositie dit principe tot uitdrukking. Het wil zeggen dat een klant verder kijkt dan de prijs en ook let op de bijdrage aan een persoonlijk imago, de mate van vindbaarheid en de wijze van aflevering. De klantwaardepropositie staat centraal in het Business Model Canvas, en is een instrument om naar de maatschappelijke aspecten van marketing te kijken. Hoe ga je als leraar om met deze nieuwe insteek van dit domein? Hoe breng je de klantwaardepropositie van je bedrijf in kaart? En is het Business Model Canvas een richtinggevend model of zijn er ook andere bruikbare modellen?Het komt allemaal tijdens dit programmaonderdeel aan bod.

Middag - Het Business Model Canvas in de klas
Modellen bieden leerlingen de mogelijkheid om op een gestructureerde wijze naar de praktijk te kijken en die in kaart te brengen. Maar modellen zijn voor leerlingen vaak ook erg abstract. Daarom is het belangrijk om het Business Model Canvas inductief aan te leren in de klas, startend vanuit het begrip klantwaardepropositie. Het is zaak om leerlingen te laten oefenen met de onderdelen van het model. Tevens krijgen leraren handvatten aangereikt om leerlingen te helpen bij het analyseren van verschillende soorten bedrijven op basis van dit model.

BIJEENKOMST 4

  • 15 maart - Zwolle
  • 5 april - Eindhoven
  • 12 april - Amsterdam
  • 21 juni - Amersfoort
  • 28 juni - Amsterdam

Ochtend - Maatschappelijke risico’s
Bij het aan de man brengen van financiële producten, klinkt tegenwoordig direct de waarschuwing dat het product risico’s met zich meebrengt. Toch hebben universiteiten en provincies ervoor gekozen te beleggen in derivaten en andere risicovolle financiële producten. Hierdoor lopen zij grote maatschappelijke risico’s. Bedrijven bevorderden door het doen van ‘off-balance sheets transacties’ hun eigen ondergang. Er zijn veel voorbeelden van bedrijven en instellingen die grote maatschappelijke risico’s hebben genomen om hun eigen financiële positie te ondersteunen. De behoefte aan financiering van bepaalde activiteiten drijft hen ook in de armen van ‘hedge funds’. Deze fondsen hebben na de overname eigenlijk maar één doel: de winstgevende delen van het bedrijf zo snel mogelijk weer verkopen en de rest onderbrengen in een sterfhuisconstructie. Daarnaast lopen bedrijven, zoals bijvoorbeeld Unilever, het maatschappelijk risico te worden overgenomen door bedrijven met geheel andere kernwaarden. Kortom, in deze bijeenkomst staan de maatschappelijke risico’s voor organisaties centraal.

Middag - Risico’s in de klas
De vakvernieuwingscommissie stelt in haar rapport dat de nadruk in het lesprogramma moet veranderen. Deze moet minder liggen op het rekenen met uit het hoofd geleerde formules binnen voorgeschreven contexten, maar juist meer op het inzicht in bepaalde concepten. Daarnaast is het noodzakelijk om meer aandacht te besteden aan de maatschappelijke functies en de integriteit van een onderneming en de sociale ontwikkelingen, zoals maatschappelijk verantwoord ondernemen. Deze thema’s, die betrekking hebben op kernwaarden en normen, vragen om nieuwe werkvormen. Hoe zien deze nieuwe werkvormen eruit en hoe past u deze toe in de praktijk?

Het Landelijk Expertisecentrum Economie en Handel heeft als doel:
Het samenbrengen, bundelen en verspreiden van expertise in het Economie-onderwijs.
Blader door de bibliotheek